Na Hong Kong was Hanoi de eerste kennismaking met Vietnam. En hoe. Wat een geweldige en mooie chaos die stad. Hanoi was tevens de uitvalsbasis voor andere trips in het noorden van Vietnam. Ten eerste twee dagen Sapa. Rijstvelden, bergen, water, regen, privé gids en de home-stay. En niet te vergeten ‘happy water’ (rijstwijn). Na weer een dag levendig Hanoi was Ha Long Bay de volgende bestemming. Men zegt dat er een draak in de zee is gestort. Moet wel een hele grote zijn.

Na Hanoi kwam het midden van Vietnam. Eerst Hué en daarna Hoi An (op het eiland An Hoi). De eerste stad bevat de ‘citadel within the citadel’ (waar overigen nóg een citadel in was, maar die is verwoest door de oorlog) en mega graftombes van de keizers. Hiervan spring Minh Mang eruit. Naar het schijnt had-ie 500 kinderen en 102 vrouwen (sterke volksverhalen). Er is zelfs een Whiskey (op z’n Vietnamees: Wiki) naar hem vernoemd, hiervan worden mannen heel viriel. Hoi An was vooral de schattige stad met de kleermakers en schoenmakers. Alles op maat wel te verstaan.

Het zuiden van Vietnam bracht eerst Ho Chi Minh City (maar je mag het ook gerust Saigon noemen), waar het Vietnamese volk uit z’n dak ging van een gewonnen voetbalpot tijdens de Sea Games. Ook was er een gruwelijk oorlogsmuseum (de foto’s dan) en de zeer toeristische Cu Chi tunnels. Na druk Saigon was daar Phu Quoc Island, met blauwe zee, witte stranden, verse kokosnoten en vooral Freedomland. De laatste dag Vietnam bracht een tocht door de Mekong Delta, en dan vooral rondom de floating market van Can Tho (die is voor locals en niet voor toeristen, tenzij je een aantal trossen bananen wil scoren).