HuishoudbeursDe huishoudbeurs is weer begonnen. Clichés van zeulende vrouwen met volgepropte tassen met gratis spullen worden bewaarheid. Zelf ben ik ooit eenmaal op de echte huishoudbeurs geweest, de grote in de RAI, waarvan ik eigenlijk nog weinig weet. Ook ben ik enkele keren naar de regionale editie in Twente geweest. Eerst in Borne, daarna in Hengelo. De evenementenhal verhuisde (en ging heel hip expocenter heten) dus de huishoudbeurs ook. Alle keren ging ik met mijn oma mee. En ik vond het wat. Bij binnenkomst van de hal was het even oriënteren geblazen, maar daarna kon je op je dooie gemak langs de diverse kraampjes struinen. En kijken. Vooral kijken. Dames die zemen demonstreerden aan de hand van spiegels die ze rijkelijk invetten met Nivea (en u raadt het al: de wonderzeem kreeg het allemaal weer schoon). Of nog nooit vertoonde wonderschoonmaakmidden, massage inlegzolen met geneeskracht, tuttige modeshows en alles voor fijne hobby’s.

De meeste indruk maakte de karbonade-mevrouw. Zij demonstreerde pannen met antiaanbaklaag. Niet zomaar een laag, nee: een onverwoestbare laag. De dame in kwestie was van het kordate soort – kort praktisch kapsel, pittige bril en een iets te harde stem. Om het kwartier begon ze met bakken. De aanwezigen dromden samen voor de kraam. De vrouw begon “Dames, deze pannen zijn andere pannen dan u gewend bent” Nieuwsgierigheid gewekt. De pan werd getoond, daar was niet zoveel bijzonders aan te zien (het was een doodgewone koekenpan). “U bakt allemaal wel eens een karrrrrbonaaa-de, nu weet u vast dat daar erg scherpe randen aan zitten. En die kunnen de antiaanbaklaag in uw pan beschadigen. Dan kom er gif vrij (angst!) en kunt u de pan beter weggooien (economisch!).” De vrouwen waren nu echt heel benieuwd. Ik ook. Niet vanwege de onherstelbare schade die de karbonade kon aanrichten, maar vooral vanwege de zwaar gearticuleerde uitspraak van het woord karbonade. “Deze pan heeft een bijzondere antiaanbaklaag, gemaakt van … (het zal wel iets uit de ruimtevaart geweest zijn) en is daardoor on-verrr-woestbaar.” Het gaspitje ging aan en de croma in de pan, “Hier heb ik een karrrrrbonaaa-de, en die ga ik nu braden in de pan.” Al sissend liet de mevrouw het goedkope lapje vlees in de pan glijden. De mevrouw was druk bezig met haar vleesvork en het omkeren van de karbonade. Daarna liet ze de pan zien – geen enkele kras. Een ooh en aah ging door het publiek. Daarna werden goed wat pannen afgenomen. Vrouwen blij, de karbonade-mevrouw blij. En ik ook blij. Want de karbonade-mevrouw heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. Ik kan nooit meer normaal het woord karbonade normaal uitspreken.