Bijna 37. En dan ga je rare dingen doen. Zeggen ze. Noem het gewoon een leuke uitdaging. Want zo raar is het echt niet.
Van Amsterdam naar Almelo op de fiets. In twee dagen. Het moet wel leuk blijven.

Het eerste stuk gaat over bekend terrein; via het schapenpad bij Muiden naar het Gooi. En ergens in een bos net voorbij Bussum gaat mijn achterband lek. Uiteraard de schuld van die vervelende vrouwen die persé op het fietspad hun showhond moesten uitlaten. Daar sta je dan in je profi wielerpak met je tools. Even een bandje plakken in het kakkerbos. Joe! Van enige frustratie frut je eigenhandig de ventiel van de band. En nee, ik ben weer niet zo professioneel dat ik een binnenband in dat zadeltasje heb. Dus wandelen naar de dichtstbijzijnde fietsenmaker. Half uurtje maar.
Vijf minuten later stopt er een bestelbusje met grijze man. Hij heeft nog wel een bandje liggen. In Huizen. Ik loop toch naar Bussum.
Weer even later stopt er een Mercedes. Die kan mij en fiets wel even naar Bussum brengen. Schapenpoep? Dat deert niet, gooi die fiets maar achterin.
Ruim een uur later ligt het Gooi alweer achter me en sta ik op een pont bij Eemdijk. Op naar de zwarte kousen. Wind tegen op de dijk. Een vrouw in klederdracht fietst op haar degelijke bolide in tegenovergestelde richting. Ze vliegt naar Spakenburg. Met kap, armstukken en al.

Dorst, wc, bidonnen leeg en telefoon leeg. Op het terras van een pannenkoekenrestaurant in Putten gaan er twee appelsap in en ondertussen klets ik met een ouder stel. Ze woonden hier ooit, maar nu in Amsterdam. Wat een toeval. En ze woonden ooit ook eens in Rotterdam. Ohjajoh. Jazeker.
De Veluwe door. Bos, bos, heide, veldrijden, heide, dikke stronken, heide, bos, zandpad, heide en bos. Epe komt in zicht, maar dat dekselse Heerde is nog een stukje verder.

De recreanten op de camping kijken op; een wat jonger type op een racefiets in een trekkershut. Normaliter het domein van vrouw op middelbare leeftijd met praktisch kort haar en stevig schoeisel.

Dag 2. Nog maar iets meer dan 50 en vanaf Raalte moet ik toch echt de weg kennen. Op de pont van Vorchten naar Wijhe ontmoet ik een medefietser. Uiteraard een oudere man. Hij gaat even een stukje langs het IJsselmeer doen, prachtig weer vandaag. Alsof het niks is. We fietsen een stuk samen op, totdat hij richting Dalfsen moet. Ik heb een goed licht trapje volgens hem. De meeste vrouwen trappen te zwaar. Hij fietst al sinds 1978 en heeft heel veel kilometers gedaan. Z’n geavanceerde fietscomputer geeft info over wind; nee ik krijgt het niet mee. Maar ook niet fiks tegen. Vlak voor Raalte gaat hij links. Ik wens hem een mooie dag. Hij groet mij met: (blijkbaar jargon en daar houd ik van) “Hou hem op de weg hè!”

Via de Almeloseweg over de Sallandse heuvelrug, Nijverdal en Wierden fiets ik Almelo binnen. Nee, ik heb geen foto van mezelf met het plaatsnaambord gemaakt. Ik heb geen uitputtende bergbeklimming achter de rug en ben ook niet in een illustere finishplaats uit de wielerhistorie. Ik ben gewoon in Almelo. En jarig vandaag.